Waar werk je dan?

Social-profit?! 
Sociale sector?! 
Non-profit?!

De socialprofit, non-profit of sociale sector betekenen eigenlijk hetzelfde. Wij gebruiken de 'social-profit' als verzamelnaam voor organisaties die diensten aanbieden in deze deelsectoren: 

Kinderopvang: 

In deze deelsector werk je voornamelijk met kinderen en hun ouders. Je werkt in organisaties die na of voor de school of tijdens schoolvakanties kinderen opvangen. Je kan ook werken in een crèche of opvanggezin waar kinderen de hele dag door worden opgevangen. 

Gezondheidsvoorzieningen en -diensten:

Organisaties zoals centra voor geestelijke gezondheidszorg, vertrouwenscentra en andere consultatiebureaus. Volwassenen en kinderen kunnen er terecht voor allerhande vragen en problemen die te maken hebben met  hun persoonlijk en psychologisch welzijn. Wanneer het specifiek om geweld op kinderen/volwassenen gaat, dan kan je terecht in vertrouwenscentra. Voor een aantal andere thema’s zijn er speciale consultatiebureaus zoals vb. voor problemen zoals alcohol en drugsgebruik, preventie van zelfmoord, seksuele opvoeding. Vaak komen mensen er terecht omdat ze zijn doorverwezen door een huisarts of de jeugdbescherming.

Ziekenhuizen:

Ziekenhuizen zijn instellingen waar zieken verzorgd worden en waar de professionele gezondheidszorg verleend wordt. Je kan een onderscheid maken tussen een algemeen ziekenhuis, een universitair ziekenhuis, waar de nadruk op opleiding en onderzoek ligt en een psychiatrisch ziekenhuis, waar men zich specialiseert in psychiatrische ziektebeelden.

Woon- en zorgcentra:

Dit is de nieuwe benaming voor de rusthuizen. Het zijn instellingen waar ouderen wonen, met de mogelijkheid om geheel of gedeeltelijk gebruik te maken van aangeboden gezins- en huishoudelijke hulp. Daarnaast zijn er ook instellingen specifiek voor de opvang van zwaar zorgbehoevende ouderen.

Gezinszorg:

Een dienst voor gezinszorg biedt aangepaste thuishulp voor alle leeftijden en doelgroepen, zoals jonge gezinnen, bejaarden en mensen die tijdelijk of permanent afhankelijk zijn van zorg. Afhankelijk van de noden van de klanten, neemt een huishoudhulp van de dienst een ondersteunende of vervangende taak op in het huishouden (koken, was en strijk, onderhoud), een verzorgende  neemt een taak op in de lichaamsverzorging van bejaarde, zieke of gehandicapte personen of in de opvang en het verzorgen van baby’s en kleine kinderen.

Opvoedings- en huisvestinginstellingen:

 Alle organisaties die instaan voor de zorg, begeleiding en ondersteuning van verschillende doelgroepen. Het kan dan gaan over kinderen, personen met een handicap, jongeren, ouders, ouderen, gezinnen, … In deze sector werk je ofwel bij mensen thuis ofwel in organisaties waar personen tijdelijk of permanent worden opgevangen.
De bekendste opdeling in deze deelsector is die tussen de gehandicaptenzorg en de bijzondere jeugdzorg. Daarnaast heb je ook organisaties die zich eerder richten op de begeleiding van gezinnen, de centra voor algemeen welzijnswerk, waar je terecht kan met allerhande vragen (relatie, opvoeding, seksualiteit, ...) en sociale verhuurkantoren, die instaan voor de verhuur van woningen aan kansarme huurders.

Maatwerkbedrijven:

Deze bedrijven zijn actief binnen de sociale economie. Je kent ze beter onder de naam beschutte of sociale werkplaatsen. Een beschutte werkplaats is een tewerkstellingsplaats voor personen met een arbeidshandicap die tijdelijk of definitief niet kunnen werken in een gewoon bedrijf of organisatie. Een beschutte werkplaats biedt werk op maat en ondersteuning op en naast de werkvloer. De activiteiten bestaan vaak uit montagewerkzaamheden, verpakkingswerk, hout- en metaalbewerking en groenzorg. Naast de doelgroep werknemers met een handicap zijn er de monitoren, maatschappelijk assistenten, sociaal-verpleegkundigen en ergotherapeuten, die de werknemers begeleiden. Verder zijn er ook administratief bedienden, leiders en assistent-leiders. 

Sociale werkplaatsen zijn bedrijven die tewerkstelling bieden aan mensen die langer dan vijf jaar niet gewerkt hebben owv verschillende omstandigheden (vb. psychologische problemen, verslaving, …) en die nu terug moeten leren werken. De activiteiten van een sociale werkplaats kunnen verschillen, maar de meesten zijn kringloopwinkels en werkplaatsen die natuur- en groenonderhoud doen.

Thuisverpleging:

Organisaties in de thuisverpleging zorgen ervoor dat mensen die verpleegkundige zorg nodig hebben thuis worden verzorgd. Naast de verpleegkundige zorgverlening hebben de verpleegkundigen ook aandacht voor gezins- en sociale omstandigheden, evenals voor preventie, gezondheidsvoorlichting en -opvoeding.

Socioculturele sector:

De socioculturele sector is een grote sector en dagelijks goed voor een hele reeks cursussen, uitstappen, lezingen, kinderactiviteiten, bijeenkomsten, tentoonstellingen, vaardigheidsoefeningen, sensibiliseringsacties, debatten, ... . Hoe divers al deze activiteiten ook zijn, de vele organisaties in de sector hebben twee zaken gemeen: het uitgesproken engagement voor een bepaalde doelgroep en/of thema en de sterke vrijwillige betrokkenheid van medewerk(st)ers, leden en deelnemers.

Revalidatiecentra:

Na een ongeval kunnen mensen soms minder goed functioneren. Sommige kinderen kampen met ontwikkelingsproblemen. In een revalidatiecentrum probeert men via o.a. medische en therapeutische maatregelen het functioneren van de persoon (gezin, school, werk, vrije tijd ...) zo goed mogelijk te verbeteren. Via sociale vaardigheidstraining en psychosociale begeleiding wordt gewerkt aan de sociale integratie. 

Werknemers in de social-profit hebben één ding gemeen: ze werken met mensen. 

Wil je weten welke beroepen je kan terugvinden in deze deelsectoren? Kijk eens bij de beroepenfilter. 

Kies je beroep

9 redenen om meteen voor de social-profit te kiezen

Kom eens proeven

TEST: ben jij de ideale social-profit collega?

Hoe kies ik een beroep?

Straffe beroepen!